Pilootproject

TRAININGSVOORSTEL ROND INTERCULTURELE STRESS.

In het kader van het INCOSO-project hebben we met de cursistengroep het eerste jaar gewerkt rond het verdiepen van kennis en inzicht m.b.t. het thema interculturele competenties en het reflecteren over dit thema in het sociaal werkveld en het eigen functioneren. De diverse samenstelling van de groep cursisten, naar leeftijd, etnische achtergrond en ervaring met intercultureel werken vormde de ideale leeromgeving om dit thema ook effectief vorm te geven. Er vonden zeer heftige en boeiende discussies plaats tijdens de lessen. Ter voorbereiding van het tweede jaar kwam tijdens deze discussie het thema ‘interculturele stress’ meer naar de voorgrond en besloten we om een trainingsmodule rond dit thema uit te werken.

I. INTERCULTURELE STRESS

Interculturele contacten zijn stressvol: Stress is het gevolg van de patronen van communicatie tegen komen die hun ‘taken –for- granted’ veronderstellingen (evidenties) uitdagen.

Mensen die in een interculturele ontmoeting terechtkomen worden door de situatie uitgedaagd en min of meer gedwongen om ten minste een aantal van hun cultureel bepaalde manieren van denken, voelen en gedrag te veranderen. De sterkte van deze uitdaging is met name afhankelijk van de culturele afstand tussen de communicatiepartners. Hoe groter deze afstand is, des te meer zal de ontmoeting intercultureel van aard zijn en des te sterker de uitdaging.

Deze uitdaging kan (op den duur) leiden tot een verstoring van het innerlijk evenwicht van het individu, met stress als resultaat. Stress wordt in deze theorie beschouwd als het gevolg van het verzet van de mens tegen de vereiste en noodzakelijke verandering of als innerlijke weerstand van het individu tegen zijn eigen culturele evolutie.

Een dergelijke stress wordt in deze benadering niet als problematisch of negatief gezien maar als iets onvermijdelijks.

1.1 Wat zijn de gevolgen van interculturele stress?

Veel van de gevolgen van interculturele stress zijn hetzelfde als die van andere soorten stress:

• Gevoelens van bezorgdheid, verwarring, desoriëntatie, onzekerheid, onveiligheid en hulpeloosheid
• Vermoeidheid, uitputting, gebrek aan motivatie, lusteloosheid, gebrek aan vreugde
• Ziekte (stress onderdrukt het immuunsysteem), zorgen om ziektekiemen, angst wat in het voedsel zou kunnen zitten
• Teleurstelling, gebrek aan voldoening, ontmoediging, gekwetst voelen, onbekwaam voelen, het gevoel hebben dat je “er niet meer in zit”
• Boosheid, irritatie, minachting van de ‘andere’ cultuur, wrok gevoelens van superioriteit of minderwaardigheid
• Etc.

II. MINDERHEIDSTRESS EN MEERDERHEIDSTRESS

Hoewel iedereen onderhevig is aan interculturele stress werd tijdens de groepsdiscussie duidelijk dat we onderscheid dienen te maken tussen minderheidsstress en meerderheidsstress.

2.1 Minderheidstress

Minderheidsstress is een term voor stress waaraan individuen uit een sociaal gestigmatiseerde categorie (allochtonen, holebis, personen met een handicap,…) worden blootgesteld en die bovenop algemene vormen van stress komt. Ze worden omwille van hun minderheidsidentiteit afgewezen door de dominante groepen van de samenleving.

De consequentie van deze doorgaande subtiele discriminatie is vooral "minderheidsstress". Deze stress ontstaat zowel door "acute" als "chronische externe stressoren". Allochtonen leven voortdurend met negatieve verwachtingen over hoe mensen met hen zullen omgaan en proberen daarop voortdurend alert te zijn. Ze moeten zich voortdurend verantwoorden voor hun anders zijn, hun buitenstaander zijn…

2.2 Meerderheidstress

Hoewel in de literatuur er niets bestaat over ‘meerderheidsstress’ hebben we in de les besproken dat de persoon uit de dominante ‘cultuur’, in onze situatie de autochtoon ook specifieke vormen van stress kan ervaren.

Met name:

1. Angst om te verliezen (identiteit, territorium, macht, …)
2. Angst om te andere (de allochtoon) onbewust te kwetsen door hem onbewust te discrimineren. Angst om voor racist te worden aanzien (en uitgescholden).

In het uitwerken van de module kunnen op verschillende manieren rekening houden met deze onderverdeling:

• bewust worden van de eigen (minderheids-of meerderheid) stress;
• bewust worden dat de andere een andere vorm van interculturele stress ondervindt en
• de ontwikkeling van vaardigheden om met deze vormen van stress om te gaan.

III. ACCULTURATIEPROCES

In het leren omgaan met interculturele stress is van belang om kennis en inzicht te krijgen in acculturatie-processen. Dit zijn processen die mensen doorlopen als ze in contact komen met mensen van andere culturen; m.a.w situaties die tot aanleiding geven tot interculturele stress.

3.1 Hofstede

Het proces van acculturatie – het zich aanpassen aan de ‘andere’ cultuur
– bestaat uit vier fasen. Dit wordt weergegeven in figuur 1.1 (Hofstede, 1991: p. 259). In deze figuur zijn gevoelens (positieve of negatieve) langs de verticale as uitgezet en de tijd langs de horizontale.

De acculturatiecurve van Hofstede

De eerste fase is vaak kort en wordt gekenmerkt door euforie. Men is opgewonden (nieuwsgierig) over het’andere’.

Daarna komt de fase van de cultuurschok: een toestand van onbehagen die optreedt als een individu in een onbekende omgeving moet functioneren. Men wordt geconfronteerd met andere normen en waarden. In mentaal opzicht wordt men weer als een kind dat de meest eenvoudige dingen opnieuw moet leren. Dit leidt vaak tot gevoelens van angst, machteloosheid en vijandigheid ten opzichte van de nieuwe omgeving.

In de derde fase klimt men weer uit het dal omhoog. Dit begint als men weer goed kan functioneren en deel uit gaat maken van een nieuw sociaal netwerk. Dit wordt door De Cieri, Dowling & Taylor (1991) ook wel het keerpunt genoemd.

De laatste fase is het mentale evenwicht dat op een gegeven moment wordt bereikt.

De uitkomst van dit acculturatieproces, het mentale evenwicht, wordt ook wel aangeduid met de term psychological adjustment die ik in navolging van Van de Runstraat (2001) vertaal als psychologische aanpassing.

3.2 Het vier-fasen-model van SHURINGA

Fase 1: overleven
In deze fase gaat het om bescherming van de eigen identiteit, het creëren van een gevoel van basisveiligheid en het regelen van de basisvoorwaarden van het bestaan. In deze fase kan het zijn de persoon afhankelijk van zijn positie met meerderheidsstress of minderheidsstress reageert.

Fase 2: herkennen
In deze fase gaat men zien dat anderen vergelijkbare ervaringen hebben en worden deze ervaringen uitgewisseld (herkennen).

**Fase 3: verkennen**
In deze fase wil men ook kennismaken met de verschillen; er is nieuwsgierigheid naar andere denkbeelden en handelingswijzen. . De confrontatie kan soms tegenvallen…

Fase 4: erkennen
In de vierde fase zal men –met vallen en opstaan- kunnen leren om te gaan met de diversiteit aan mensen om te gaan en respect te brengen voor ieders ‘eigenheid.

In de disscussie tijdens de les merkten studenten dat meestal fase drie voor fase twee komt. En dat fase twee kan helpen om de overstap naar fase vier te vergemakkelijken.

Vooral minderheden staan erop dat men eerst de gemeenschappelijkheden erkent (erkenning als lid van de meerderheid) om dan over te gaan naar de verschillen. Overdreven nadruk op verschil bevestigt indirect de veronderstelde superioriteit van de dominante cultuur.

De uitdaging in het omgaan met diversiteit is om door de overeenkomsten heen de verschillen te zien:

“The First thing you do, is to forget that I’am black. Second, you must never forget that I’am black”!

Bij fase vier is het belangrijk op te merken dat erkenning leidt tot acceptatie dan eerder tolerantie. Tolerantie voedt niet noodzakelijkerwijze ook respect voor elkaar:

• Tolerantie veronderstelt macht van degene die tolereert;
• De idee van tolerantie legimiteert het onderscheid tussen hen die erbij horen en hen die er niet bij horen.

Minderheden vragen het recht om te verlangen naar een bevredigend bestaan in de samenleving. Acceptatie opent de weg tot gelijkwaardige discussie en onderhandeling over de randvoorwaarden voor een meer rechtvaardige samenleving.

Literatuur

Bettina Killinger (2009) Leonardo da Vinci Partnership: InCoso – Intercultural Competence for employees in the social field. Recommendations for intercultural competence training. Kolping Bildingscentre Stuttgart.

Shuringa Leida (2001) Omgaan met diversiteit, Een uitdaging.Uitgeverij Nelissen, NL.

Hofstede, G. (1991) Allemaal andersdenkenden. Omgaan met cultuurverschillen. Contact, Amsterdam .

Luis Amorim (2001) Intercultural Learning. A few awareness tips for US and European Fellows & Host Community Foundations. European Foundation Centre, Washington D.C. page_revision: 6.

Internet informatie

NASW Standards for Cultural Competence in Social Work Practice.
http://www.socialworkers.org/practice/standards/NASWCulturalStandards.pdf
site-name .wikidot.com Share on Edit History Tags Source Explore »

INCOSO: Good Practices pagina 9 van 10
http://incoso.wikidot.com/belgium:good-practices
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 License

Oefeningen uitgewerkt door cursisten:

Hieronder vindt u de oefeningen die de cursisten hebben uitgewerkt rond 'interculturele stress'.

Ontdekken van overeenkomsten en zoeken van verschillen (Marina Abouazi)

Test je culturele stress (William De Cock)

Interculturele test (Dries Delissen - Jacobs)

Wereld Monopoly (Nadia De Peuter)

Mission Cultura (Liesbeth Scheurs)

en.gif
at.gif
be.gif
de.gif
ee.gif
gr.gif
fi.gif
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License